Vleeseters.nl

Untitled Document

Sarracenia

Amerikaanse Bekerplant.

Van deze familie zijn bijna alle soorten in Nederland winterhard. Ze komen echter van nature niet voor in Nederland.

De bladeren van de plant hebben zich ontwikkeld tot bekers. Daar komt de Nederlandse naam vandaan. Met deze bekers vangen de planten allerlei insecten. Aan de rand van de beker zit nectar, hierdoor worden de insecten aangetrokken. Wanneer de plant te droog staat zal hij geen nectar produceren.

Het voedsel

Als het insect zich eenmaal op de rand van de beker bevind, zal hij het spoor nectar gaan volgen. Aan de binnenkant van de beker bevinden zich vaak ook haartjes, hierdoor heeft het insect weinig tot geen houvast, en zal dus snel in de beker vallen. Onderin de beker bevind zich het verteringssap. Hier zal het insect verteerd worden. Vaak zijn de bekers van planten die buiten staan goed gevuld met insecten. De verteerde insecten worden door de plant opgenomen.

De groeicyclus

In de winter is de plant in rust en maakt hij geen nieuwe bladeren of bekers aan. Tijdens zachte winters is eind februari vaak al de eerste knop te zien. In normale winters is dit begin tot half maart. De bekers vormen zich later. Rond april zullen de eerste Sarracenia’s gaan bloeien. Dan gaan ook de bekers zich ontwikkelen. Als de planten zijn uitgebloeid zullen ze zaaddozen gaan aanmaken, de zaden zijn eind augustus rijp voor de oogst. Aan het eind van het groeiseizoen verdorren de meeste bekers. Deze zitten vaak vol met dode insecten, en zullen mede hierdoor snel gaan rotten. Om te voorkomen dat dit overslaat op de plant moeten de verdorde bekers worden afgeknipt. Dit kan het best gebeuren tot op het levende deel van de beker. Wanneer men ervoor kiest om de verdorde bekers te laten zitten bestaat er grote kans op schimmels. Ook belemmeren ze de ontwikkeling van nieuwe bekers en van bloemknoppen. Ze nemen namelijk veel licht weg, en verdrukken de jonge scheuten. In de herfst maken ze de winterbladeren aan, dit zijn platte langwerpige bladeren die geen insecten vangen. Ook worden in de herfst de knoppen aangemaakt die het volgende voorjaar voor de bloemen zorgen.

Verzorging

Sarracenia’s houden van zure grond, het best groeien ze in een mengsel van half turfstrooisel (geen tuinturf!), met perliet. Als vervanging voor perliet kan brekerszand gebruikt worden, vooral als de planten in een moeras staan, aangezien perliet naar boven komt “drijven”.
Sarracenia's verlangen zacht water, en het water mag absoluut geen voedingsstoffen en kalk bevatten. Ook houden Sarracenia’s niet van leem. Het is dus het beste om ze regenwater te geven. Als de planten buiten staan is dit vaak geen probleem, groeien ze in een kas, probeer dan regenwater op te vangen.
De Sarracenia is verder een makkelijke plant. Ze hebben weinig verzorging nodig, als ze maar voldoende water hebben. U moet echter wel op schimmels letten. U kunt schimmel voorkomen door verdorde delen af te knippen, en stilstaande lucht te voorkomen. De meeste soorten kunnen gewoon buiten staan, daardoor is de luchtcirculatie over het algemeen geen probleem. Mochten ze in een kas groeien, zorg er dan voor dat er regelmatig geventileerd word, het best door een raampje open te houden.

Vermeerdering

Sarracenia's zijn makkelijk te vermeerderen. Dit kan op twee manieren.

De eerste manier is door middel van zaad.
Het duurt 3 tot 5 jaren voordat hieruit bloembare planten ontstaan. En als men meerdere soorten naast elkaar heeft staan, zal zich nooit zuiver zaad kunnen ontwikkelen. Wanneer men toch planten wil kweken uit zaad is het aan te raden om de bloemen in hoesjes te doen, zodat ze niet via insecten bestoven kunnen worden. De bloemen worden dan dus handmatig bestoven. Dit kan het best met 2 verschillende planten, hierdoor is het zaad kiemkrachtiger. U kunt het stuifmeel van de meeldraden halen met een borsteltje en op het stigma van een andere bloem doen. Aan het eind van de zomer, begin herfst is het zaad rijp, en kunt u het verzamelen.
Het zaaien van de bekerplanten gebeurt in het voorjaar. De zaden hebben een koude periode nodig. Het best kunt u hierna meteen zaaien, in februari. De zaden mogen niet begraven worden, ze komen bovenop de grond te liggen. Als het weer warmer wordt zullen de zaden kiemen.

De tweede is door scheuren.
Deze manier is een stuk sneller. Ook blijft het DNA hetzelfde waardoor u geen kwaliteit en eigenschappen van de plant verliest. Ook heeft u aan één plant genoeg. Een groot aantal Sarracenia’s maakt nieuwe scheuten aan. Aan het eind van de winter, kunt u deze er voorzichtig afscheuren en oppotten. Let er hierbij op dat elk rizoom minimaal wortels heeft, en een groeipunt. Een gezonde rizoom is vanbinnen wit. Is dit niet het geval, dan maakt hij weinig kans te overleven.
Om de plant te kunnen scheuren moet de plant uit de pot gehaald worden, houd de plant hierbij niet op de kop, aangezien dan de verteringssappen wegvloeien. Als de plant uit de pot is, legt u de wortels bloot, en voelt u voorzichtig of er speling is, en of er scheuten afgebroken, gescheurd kunnen worden. Hierna scheurt u de plant, en poot u elk plantje opnieuw op. De rizomen moeten horizontaal geplant worden met de wortels naar beneden. Let er op dat de grond niet te droog is, de plant zal namelijk moeten herstellen van de wond, en heeft daarbij veel vocht nodig.

Hiermee hoop ik voldoende informatie gegeven te hebben over dit interessante plantensoort.

Laatst gewijzigd: 5 oktober 2008.

Vleeseters.nl